Oei. Nadat de Duitse tophockeyer Tibor Weissenborn had toegezegd komend seizoen voor Bloemendaal uit te komen, hoorde hij dat zijn nieuwe club in een oranje tenue speelt. "Dat wordt even wennen", zegt regerend Europees en wereldkampioen Weissenborn. "Ik denk dat ik de eerste wedstrijd onbedoeld alle ballen naar de tegenstander pass. Want oranje is voor een Duitse sporter de kleur van de vijand."
Weissenborn, vier jaar geleden uitgeroepen tot grootste hockeytalent ter wereld, zegt het met een knipoog. Want anti-Hollands is de 211-voudig Duits international helemaal niet. Sterker: de man die vanaf september op ’t Kopje vanaf het middenveld zijn technisch hoogstaande rushes en tomeloze inzet zal tonen, wil namelijk pijlsnel de Nederlandse taal leren. Om vervolgens bij een Nederlandse tv-zender voor de camera sporters te interviewen.
"Ik ben student journalistiek en wil na mijn sportieve carrière graag bij de televisie werken", vertelt de 24-jarige hockeyer uit Berlijn. "Omdat ik zelf op hoog niveau speel, weet ik goed hoe een sporter een wedstrijd beleeft en welke emoties erbij komen kijken. Die beleving wil ik graag delen met de kijkers. Het is een ambitie die ik al als klein jongetje had." Bovendien denkt Weissenborn, die op de kleuterschool ging hockeyen omdat hij in de klas zat bij de zoon van de gouden olympische hockeymedaillewinnaar van 1972 Carsten Keller, goed te aan te voelen hoe je een sporter moet benaderen. "Iemand die net een heel belangrijke wedstrijd heeft verloren, moet je dus niet meteen een microfoon onder zijn neus duwen. Dan moet hij even de ruimte krijgen om de nederlaag te verwerken en de heftige emoties een plek te geven. Nadat wij op de Olympische Spelen van Athene in de halve finale door Nederland waren uitgeschakeld, was ik ook even niet aanspreekbaar. Dan spookt er zoveel door je hoofd."
Hockeyvereniging Bloemendaal probeert via haar netwerk in de Nederlandse televisiewereld een stageplaats voor Weissenborn te regelen. "Ik heb deze week al de eerste gesprekken gevoerd met wat mensen van tv. Hopelijk levert dat wat op. Of ik het niet lastig vind om straks mensen in de Nederlandse taal te moeten aanspreken en met hen te converseren? Dat is juist een prachtige uitdaging. Alles wat ik in het leven doe, moet prikkelend zijn. Ik hou niet van lekker makkelijk."
Meteen maar een uitdagende vraag dan. Wat zou de journalist Weissenborn als eerste vragen aan een Duitse hockeykampioen die naar Bloemendaal komt? "Oef, dat is een moeilijke. Dan zou ik de vraag stellen waarom hij, gezien de bepaald niet beste verhoudingen op het sportveld tussen Nederland en Duitsland, zo graag naar Holland komt. En mijn antwoord? Dat ik dolgraag eens in de beste hockeyliga van de wereld wil spelen. Als dat ook nog eens kan bij een club waar andere toppers als Teun de Nooijer en Jamie Dwyer hockeyen, is de keuze snel gemaakt."
Tibs, zoals zijn Duitse vrienden hem noemen, was deze week met zijn vriendin (en ook Duits hockeyinternational) Kerstin Hoyer een aantal dagen in ons land. Om kennis te maken met de Bloemendaalbestuurders, zijn appartement in de Amsterdamse Rivierenbuurt te bekiken ("ik ga hier met de Australische hockeyer Luke Doerner wonen") en een avondje op stap te gaan met zijn toekomstige ploeggenoten. "Maandag ben ik wezen eten met Teun de Nooijer, Karel Klaver, Steven van Wijk en Lars Stalling. Ze hebben me verteld over de verloren play-off-finale, vorige maand tegen Oranje Zwart. En dat er tussen het westen (o.a. Bloemendaal en Amsterdam, red.) en het zuiden (Oranje Zwart en Den Bosch) veel rivaliteit is." Lachend: "Ik ben gewaarschuwd.
Over rivaliteit gesproken. Die zal de komende maand ook weer oplaaien tussen Die Mannschaft en het Nederlands hockeyelftal. De twee landenteams treffen elkaar in augustus zowel tijdens de Hamburg Masters, de Rabobank Trophy (Amstelveen) als het EK (Leipzig). "Spanje, Holland en Duitsland zijn de grote favorieten voor de Europese titel. Ik hoop dat wij de finale tegen Nederland spelen. Op die ontmoetingen verheug ik mij altijd enorm. Het zijn immer gevechten op het scherp van de snede. Hard tegen hard. In die duels heb je het gevoel dat het ergens over gaat." De rechtermiddenvelder, die met twee gewonnen EK’s (1999, 2003), goud op een WK (2002), een gewonnen Champions Trophy (2001) en olympisch brons (2004) al heel wat prijzen heeft verzameld, noemt het haast een wonder dat Duitsland jarenlang zo goed meestrijdt op mondiaal niveau. "In vergelijking met Nederland (ongeveer 175.000 hockeyers, red.) hebben wij maar heel weinig actieve beoefenaren. Wij beschikken ook niet over grote sterren, zoals Nederland met Teun wel heeft. Duitsland moet het hebben van het collectief. Samen strijden, altijd 120 procent geven. Ja, de wil om te winnen is een typische eigenschap van Duitsers."
De sportfanaat ("alles met een bal vind ik prachtig") wil dat straks ook uitstralen bij Bloemendaal. "Het is iedere wedstrijd mijn doel een speler te zijn die het verschil maakt. Zoals Michael Jordan ooit deed. Iemand die op beslissende momenten een tik beter is dan de rest. Dat zal bij Bloemendaal, met Jamie Dwyer en Teun de Nooijer, niet makkelijk worden. Maar dat is meteen de uitdaging. Hoe moeilijker de opdracht, hoe gedrevener ik ben."
Marc Kok/Haarlems dagblad